Een duurzame onderneming

Gewoon omdat het kan…

Biglight werkt volgens duurzame ondernemingsmethodes. Daarbij denken wij aan het milieu, maar ook aan onze medewerkers en de maatschappij. Zo wordt bijvoorbeeld het energiegebruik bij de productie van onze materialen zo veel mogelijk beperkt, wordt afval gescheiden en gerecycled, en geven wij deskundig advies over duurzame producten gedurende de gehele levenscyclus, en promoten wij dat op internationaal hoog niveau. Tevens zijn al onze medewerkers bekend met deze methode van verantwoord en duurzaam ondernemen en passen deze toe in zowel productie als gebouwbeheer. Wij zijn dan ook bekend met de 3 p’s (People, Planet/ Profit), CTC (Cradle-to Cradle), CSR (Corporate Social Responsibility) en MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen). Deze houden wij in acht binnen alle aspecten van onze bedrijfsvoering.

De 3 p’s

De genoemde tripple p’s staan voor ‘People, Planet & Prosperity’. Allen stellen een belangrijk onderdeel voor in het ondernemen: ‘People’ voor mensen binnen en buiten de onderneming, ‘Planet’ de directe en indirecte gevolgen van ondernemen op ons milieu, en ‘Prosperity’ als zijnde de opbrengst en de afwegingen naar maatschappelijke winsten.

Deze drie onderdelen moeten harmonieus gecombineerd worden. Het is een term bedacht door John Elkington. Volgens deze duurzame ontwikkelingstheorie lijden andere elementen onder een niet harmonieuze samenwerking van deze drie aspecten. Wanneer de opbrengst een te grote prioriteit heeft gaat dat ten koste van de mensen en ons milieu, door bijvoorbeeld slechte arbeidsomstandigheden of milieubelastende werkwijzen. Door te werken volgens deze benadering realiseren we een gebalanceerde manier van ondernemen waarin u, ons milieu en wijzelf een lange termijn opbrengst verkrijgen.

Cradle To Cradle

Dit model richt zich op een duurzame wijze van ontwerpen. Het wordt vaak in een zin genoemd met de term: ‘Remaking The Way We Make Things’, omdat dit de titel is van het boek waarin deze theorie geïntroduceerd is. William McDonough en Micheal Braungart schreven dit boek en publiceerde het in 2002. Het is een moderne kijk op verbetering van het ontwerpproces waarbij afval gelijk staat aan voedsel.

De basis voor deze methode richt zich op de levenscyclusanalyse. In deze keten worden ontstaan, gebruik en afdanking omschreven. Ondanks dat in deze cyclus vaak recycling is opgenomen in de afdankingfase wordt deze ook wel omschreven als ‘wieg tot graf’. De centrale gedachte van een ‘wieg tot wieg’ product is dat alle gebruikte materialen na hun leven in het ene product, nog nuttig kunnen worden gebruikt in het andere product.

Een term die belangrijk is binnen dit model is downcycling. Daarbij verliest het oorspronkelijke product haar waarde. Het materiaal wordt gerecycled maar toegepast als een minder product dan het oorspronkelijk was. Braungart en McDonaugh proberen een stap verder te gaan door verbetering van de recycling, wat zij upcycling noemen. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld het hergebruik van oude petflessen en autobanden in reflectorpaaltjes langs de weg. Het klinkt als een positief hergebruik maar de bewerking tijdens het recycleproces bevat schadelijke materialen als bijvoorbeeld zwavel. Hiervoor omschrijft William McDonough ‘Being less bad, is not being good’, en geeft hij een vijfstappenplan om wel goed te werk te gaan.

  • Gebruik geen stoffen meer waarvan vaststaat dat ze schadelijk zijn. Voorbeelden van zulke stoffen zijn PVC, cadmium, lood en kwik.
  • Probeer, in die gevallen waarin 100 procent zekerheid over de onschadelijkheid van een product of stof niet haalbaar is, in ieder geval zo zeker mogelijk te zijn. Kies dus voor hout met het FSC-keurmerk, ook al zegt dat keurmerk niet alles over de precieze omstandigheden op duurzaamheidgebied in het bos waar dat hout vandaan komt.
  • Stel een ‘positieve lijst’ op, met stoffen waarvan bewezen is dat ze onschadelijk en veilig in het gebruik zijn.
  • Gebruik alleen nog producten of stoffen van de positieve lijst.
  • Vind het product opnieuw uit.
Bron: Cradle to Cradle http://www.cradletocradle.nl

CSR & MVO

Corporate Social Responsibility en Maatschappelijk Verantwoord ondernemen zijn dezelfde modellen. Echter wordt zowel de Engelse term CSR als de Nederlandse term MVO gebruikt binnen Nederland.

De organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft een aantal aanbevelingen opgesteld voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Deze moeten lijden tot een beter resultaat voor zowel bedrijf als samenleving en zijn opgenomen in het maatschappelijk verantwoord ondernemingsmodel.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen richt op een groot deel van de duurzame modellen voor ondernemingen. Zo wordt bijvoorbeeld het onderdeel ‘People’ en ‘Prospherity’ uit het tripple-P model nader uitgewerkt, door middel van drie MVO-dimensies. Zo worden normen en waarden van een bedrijf opgesteld in een gedragscode en compliance-regels. Daarnaast wordt rekening gehouden met maatschappelijke verantwoordelijkheden van een bedrijf. Daar zijn de werkwijze voor haar kernactiviteiten en verantwoordelijkheid voor het milieu een voorbeeld van. Bovendien omschrijft dit model de maatschappelijke betrokkenheid van een bedrijf bij de samenleving. De manier waarop ondernemingen wat teruggeven aan de samenleving krijgt vaak aandacht.

MVO is dus een manier van verantwoord ondernemen, waarin een bedrijf verantwoordelijkheid neemt voor de effecten van hun activiteiten op mens en milieu. Het is standaard geworden voor de 21e eeuw waarbij MVO een proces is, en niet een eindbestemming.

Bron: Duurzaam MKB. http://www.duurzaammkb.nl